De Ontmoeting
Hij was met zijn gladde huid
Stoer, hard en onbuigzaam
Zijn kleur was van het diepste zwart
Tot het lichtste grijs, dat soms het rood overdekte.
Zijn gestalte werd verduidelijkt
Door een markant lijnenspel,
Dat zijn schoonheid ten goede kwam.
Hij stond in het prille licht
Van de eerste scheppingsdag,
Hunkerend naar het andere ongekende wezen.
Hij glom als een jong dier,
Dat moeilijk door zijn schepper
In bedwang gehouden kon worden.
Zij was lichtvoetig met
Een glanzende blanke huid.
Iets vlinderachtigs had haar wezen.
Haar schepper schiep haar
Uit vezelen van boom en stof.
Zij was het “eeuwigh goed”.
II
Het was een liefde op het eerste gezicht.
Geen tedere omhelzing, geen vluchtige begroeting.
Onder een innige en toch stevige druk
Vonden zij elkander.
Zij veranderden beiden van aangezicht.
Terwijl hij verbleekte, bedekte een blos haar uiterlijk,
Waarin zijn diepere bedoelingen
Hun spiegelbeeld vonden.
En zult ge vragen:
“Hoe eindigde deze ontmoeting?”
Wel, zij leefden lang en
Gelukkig gescheiden.
Want de prent was geboren!
Hans van Dokkum (1908-1995)